Het fundament voor precisie productie
Vorm- en positietoleranties zijn bepalend voor de kwaliteit en functionaliteit van producten, aangezien ze de productieprocessen optimaliseren en de uitwisselbaarheid van componenten garanderen. Door de precieze definitie van vorm- en positietoleranties kunt u er zeker van zijn dat uw producten voldoen aan hoge eisen en normen en dat componenten niet alleen precies passend geproduceerd worden, maar tevens optimaal functioneren bij gebruik.
Met symbolen naar de perfecte pasvorm
Vorm- en positietoleranties zijn meer dan alleen symbolen op een tekening. Ze zijn de sleutel tot functionaliteit en uitwisselbaarheid van componenten. Elk symbool staat voor een bepaalde tolerantie en geeft aan welke afwijkingen toegestaan zijn.
- Rechtheid: geeft aan, hoe recht een lijn moet zijn
- Vlakheid: beschrijft hoe vlak een oppervlak moet zijn
- Rondheid: definieert, hoe rond een cirkel of cilinder moet zijn
- Cilindriciteit: beschrijft, hoe cilindrisch een lichaam moet zijn
- Positie: geeft de positie van elementen ten opzichte van elkaar aan
- Oriëntatie: beschrijft de uitrichting van een element
Vorm- en positietoleranties FAQ's
Wat zijn vorm- en positietoleranties?
Om de gevraagde functies van een component te garanderen, kunnen op de tekening vorm- en positietoleranties gedefinieerd worden. Daarbij kan met behulp van symbolen aan een eigenschap als rechtheid, cilindriciteit, rondloop etc. een tolerantie toegewezen worden.
Wat is het verschil tussen vorm- en positietoleranties?
Terwijl vormtoleranties afzonderlijke aspecten van een lichaam (bv. rechtheid of rondheid) en daarmee een vorm definiëren, hebben positietoleranties altijd betrekking op een referentie-element of referentie-as (bv. parallelliteit of rechthoekigheid).
Waardoor kunnen vorm- en positieafwijkingen ontstaan?
Vormafwijkingen kunnen ontstaan door optredende spankrachten, snijkrachten, trillingen of door inwendige spanning in het werkstuk.
Positieafwijkingen ontstaan bv. bij afwijkende positionering van de machine, onjuiste bewerkingstemperatuur, maar eveneens door optredende spankrachten en inwendige spanningen.
Het totaal van alle afwijkingen is doorslaggevend of de functie van componenten gegarandeerd is.
Moeten vorm- en positietoleranties worden opgegeven?
Nee. Indien de vorm- en positietoleranties echter niet worden opgegeven, moeten alle afwijkingen binnen de maattoleranties vallen. Als de functies van de delen ondanks ontbrekende vorm- en positietoleranties belangrijk zijn, wordt geadviseerd de maattoleranties maar tot de helft te benutten.
Waar moet bij de metingen op gelet worden?
Bij het meten is het absoluut noodzakelijk dat het “referentie-element” en het “getolereerde element” volgens tekening worden aangehouden, anders is de meting ongeldig. Het component mag bijvoorbeeld niet aan de getolereerde cilinder gespannen en aan het referentie-element op rondloop worden gekeurd, maar de rondloop moet op het getolereerde element zelf, ofwel de cilinder, gecontroleerd worden.